Casa digital del escritor Luis López Nieves


Recibe gratis un cuento clásico semanal por correo electrónico

Laatste Nacht

[Traducción al neerlandés por Kristian Van Haesendonck]
[Vertaald uit het Spaans door Kristian Van Haesendonck]

Luis López Nieves

aan Julio Cortázar


Filmfanaten zijn het, daarom lopen ze in de belachelijke regen, ondanks de voortekens van koorts en de keelpijn die Luciano voelde bij het verlaten van kantoor. Maar vandaag is het de laatste nacht en het zou ondenkbaar zijn dat mensen zoals zij, trouwe inwoners van de hoofdstad van een land zonder jungles, niet naar “de jungle van het verlangen” zouden gaan kijken. De rij bioscoopgangers, ingepakt in zwarte glibberige regenjassen, kronkelt zich schoorvoetend tot aan de ingang. Gelukkig vinden ze aanvaardbare zitplaatsen, nadat ze, zoals gewoonlijk,  Luciano’s frisdrank en haar popcorn hebben gekocht. Luciano helpt Nélida hoffelijk haar doorweekte regenjas uitdoen, terwijl zij de opmerking maakt dat ze de kleine liever had meegenomen, omdat het de eerste keer is dat ze uitgaan en hem thuis laten en ze hem nu al mist. De plotse duisternis bespaart Luciano de moeite om te antwoorden; zoals gewoonlijk volstaat het dat hij Nélida, die rechts van hem zit, aankijkt, en dat hij een vaag gebaar met het hoofd maakt. Ze zakken langzaam weg in de intrige, als in drijfzand. De blondine met de verbazingwekkende borsten weent ontroostbaar en bedekt haar gezicht met twee prachtige, witte handen. Haar blouse, nonchalant toegeknoopt, laat haar enorme, opgewonden boezem zien. De blondine met de verbazingwekkende borsten veert plots overeind en doet ongeduldig een nieuwe poging om het huisje te ontvluchten en het donkere woud binnen te dringen. Ze moeten haar met zijn allen tegenhouden, haar tot rede brengen. De blondine met de verbazingwekkende borsten houdt op met wenen en gaat weer op het veldbed zitten. Ze lijkt tot bedaren te komen, maar een vluchtige close-up verraadt haar bedrieglijke houding. Ze wijzen haar erop dat het kind ontdekt zal worden, dat het al urenlang gezocht wordt door tientallen speciaal getrainde mannen. Naarmate de tijd verstrijkt letten haar vrienden, vol vertrouwen, minder goed op haar. De blondine met de verbazingwekkende borsten maakt gebruik van hun onoplettendheid, stampt de petroleumlamp omver en duikt onder in de chaos. Snakkend van verlangen dringt  ze het woud binnen, haar glimmende leren laarzen breken takken, laten onzichtbare dieren opschrikken, zakken lichtjes weg in de zachte aarde. Bijna wordt ze door de angst bekropen, wanneer ze plots hoort schreeuwen:

– Mama! Mama!

De blondine met de verbazingwekkende borsten voelt haar hart in haar keel kloppen, voelt dat ze tot alles in staat is voor haar zoon, dat ze het hele woud met haar blote handen zou kunnen omwoelen, dat ze elke boom één voor één zou kunnen losrukken. Plots bemerkt ze tussen het donkere gebladerte van het woud een lichtbundel, die afkomstig is van de maan en even breed als een marmeren zuil. Ze loopt tot aan het maneschijnsel, raakt het aan, en verdwijnt van het scherm. Vanuit de hoogte toont de alleswetende camera haar, zittend op de bodem van een kuil, gewond; de stralen schitteren hevig op haar blonde haardos en op de zijdeachtige lichamen van de adders. De blondine met de verbazingwekkende borsten wrijft de aarde uit haar ogen en begint woest in het rond te schreeuwen wanneer ze haar gezwollen kind te midden van de adders ziet spartelen.

Luciano sluit hijgend de ogen. Hij smeekt in alle hevigheid. Hij smeekt tot het zweet hem uitbreekt. Wanneer hij de ogen opnieuw opent, merkt hij dat de blondine met de verbazingwekkende borsten  erin geslaagd is haar kind vast te grijpen; ze neemt het in haar armen en rukt de glibberige adders van zijn hals en armen. Verscheidene adders slingeren zich om de ontblote dijen van de blondine met de verbazingwekkende borsten, en bijten meermaals in haar vlezige armen; ze roept; ze happen in haar prachtige, ontblote dijen; ze schreeuwt; ze bijten in haar witte, geparfumeerde hals; ze tiert. Wanhopig kust ze haar kind en bevochtigt met haar tranen zijn gelaat. Opnieuw sluit Luciano, in zijn zetel, de ogen. Hij smeekt en bidt. Langzaam draait hij het hoofd naar rechts, en wanneer hij zijn ogen opent ziet hij het zakje popcorn in de lege zetel. Angstvallig kijkt hij weer naar het scherm en ziet het beklemde gelaat van Nélida, die met het kind op de bodem van de kuil ligt. Ze strekt haar verzwakte armen vol beten naar hem uit, vraagt hem om hulp, smeekt met haar ogen; ze zegt hem dat ze het begrijpt, dat ze zich er bij neerlegt, maar smeekt om alstublieft haar kind te redden. Luciano, zenuwachtig, komt lichtjes overeind en kijkt om zich heen. Hij komt tot rust wanneer hij vaststelt dat het publiek niets vreemds merkt, en dat niemand een beschuldigende opmerking maakt. Hij kijkt nog een laatste keer naar het scherm, lacht spottend naar Nélida, de trekken om zijn mond maken een brede grijns, en zachtjes zegt hij neen. Hij staat op, neemt de popcorn en Nélida’s regenjas, en stapt alleen naar buiten; de koude regendruppels lopen langs zijn hals, terwijl hij de regenjas voortsleept die hij hoogstwaarschijnlijk in één of andere riolering zal gooien. Hij weet dat hij na zijn terugkeer naar het huis, na het openen van dezelfde deur die hij zovele keren gelaten heeft geopend, omarmd zal worden door de warme, vlezige armen van de blondine met de verbazingwekkende borsten, die met twee glaasjes cognac op hem zit te wachten.


Oorspronkelijke titel: “Última noche”, uit de bundel kortverhalen Escribir para Rafa (‘Schrijven voor Rafa’).



Más Luis López Nieves - Traducido de Luis López Nieves